Staat de teller al op een Ferrari?

Inkoop binnen woningcorporaties is een latente behoefte. De gemiddelde corporatie is zich onvoldoende bewust van haar potentieel in de markt. Hierdoor nut een corporatie haar rol als goed opdrachtgever onvoldoende uit. Hiermee gaat inkoop potentieel verloren.

Dit is zowel in geld als in tijd (sub optimale processen) uit te drukken. De problemen die worden ervaren zijn vaak terug te herleiden tot mondelinge contracten met leveranciers die al jaren bepaalde activiteiten voor de corporatie uitvoeren. Over het factureren, de prijsvorming en het verstrekken van opdrachten zijn door de bank genomen nooit echt goede afspraken gemaakt. En over een (steekproef-)controle van uitgevoerde werkzaamheden worden al vaak helemaal geen afspraken gemaakt. Hier gaat zowel bij de opdrachtgever als de opdrachtnemer potentieel verloren. De bestelcapaciteit bij medewerkers vastgoedbeheer is bovendien van behoorlijk kaliber. Zij hebben daardoor ook behoorlijk veel invloed op de leverancierskeuze. Een gemiddelde opzichter of werkvoorbereider bestelt al gauw voor een half miljoen euro (Ferrari) aan bouwkundig onderhoud. Die keer dat ik dat besprak met een opzichter vergeet ik niet gauw meer. Ik stelde als leidinggevende van een vastgoedbeheer afdeling een kritische vraag over een opgevraagde offerte. Ik kreeg als antwoord terug dat ik niet van die moeilijke vragen moest stellen. Toen ik de betreffende medewerker vervolgens aangaf dat hij voor meer dan 500.000 euro per jaar namens de corporatie bestelde werd het even stil. Vervolgens gaf hij keurig antwoord. Dit voorbeeld heeft hij nog vele malen ten positieve aangehaald. Concreet inkoop- en management bewustzijn!

 

Getagd met , , , , , ,
Geplaatst in Inkoop Woningcorporaties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*